Intrum Nederland B.V., rechtsopvolger van Intrum Justitia Nederland B.V., vordert betaling van onbetaalde facturen uit 2012 van een ondernemer die onder een handelsnaam een overeenkomst met Vodafone had gesloten. De gedaagde betaalde facturen over augustus tot en met november 2012 niet en ook de resterende abonnementskosten na ontbinding van de overeenkomst werden niet voldaan.
Intrum stelde dat de vordering niet verjaard was en dat de ontbinding van de overeenkomst door Vodafone gerechtvaardigd was vanwege wanbetaling. De gedaagde stelde zich op het standpunt dat sprake was van een koop op afbetaling met een gratis iPad, waardoor de overeenkomst niet rechtsgeldig was, en betwistte de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld en dat het verweer van koop op afbetaling onvoldoende was onderbouwd en verwierp dit. De resterende abonnementskosten waren op grond van de wet verschuldigd wegens ontbinding door wanprestatie. De buitengerechtelijke incassokosten werden als redelijk erkend en de wettelijke rente werd toegewezen. De rechtbank bekrachtigde het verstekvonnis en veroordeelde de gedaagde in de proceskosten van de verzetprocedure.