ECLI:NL:RBROT:2020:7733
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen algemeen belangbesluit verhuur sportcentrum
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van de gemeente waarin is vastgesteld dat de verhuur en exploitatie van een sportcentrum plaatsvinden in het algemeen belang, waardoor de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid niet van toepassing zijn.
Verzoekster stelt dat de gemeente oneerlijke concurrentie veroorzaakt doordat de exploitant van het sportcentrum lagere kosten heeft en daardoor diensten tegen lagere prijzen kan aanbieden. Dit zou haar concurrentiepositie schaden en leiden tot omzetverlies en continuïteitsproblemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet aannemelijk maakt dat het schorsen van het besluit leidt tot het beoogde resultaat, zoals een toename van leden of omzet bij verzoekster. Ook blijkt uit stukken dat financieringsinstanties niet zullen overgaan tot kredietverstrekking enkel op basis van toewijzing van de voorziening.
Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het bereiken van het beoogde doel.