Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De verdere procedure
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2020 met de daarin genoemde stukken;
- de brief van de man met bijlagen van 14 mei 2020;
- de brief van de vrouw met bijlagen van 4 juni 2020;
- de brief van de man van 1 juli 2020.
2..De verdere beoordeling
- primair de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 45.132,24 te betalen als vergoeding voor door hem teveel betaalde kosten van de huishouding over de jaren 2012 tot en met 2014;
- subsidiair de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 79.828,04 te betalen als vergoeding voor hem teveel betaalde kosten van de huishouding over jaren 2012 tot en met 2018;
- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- en voorwaardelijk om de vrouw te veroordelen om aan de man een bedrag van € 45.588,68 te betalen op grond van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen.
- telefonie € 2.421,51
- zorgverzekering € 10.904,23
- kranten / tijdschriften € 50,00
- gemeenschappelijke rekening € 4.502,70
- restaurants € 2.009,11
- huishoudelijke artikelen € 677,64
- kapper € 1.152,47
- stomerij € 310,70
- verjaardagen € 0,00
- boeken, cd, papeterie € 2.918,86
- speelgoed € 1.604,08
- school € 28,00
- musea € 679,35
- bioscoop € 80,20
- pretpark- speelparadijzen € 28,75
- meubels € 2.765,90
- auto € 5.034,99
- sport € 3.735,90
€ 6.055,39 bedroegen.
- woning € 56.478,35
- levensmiddelen € 16.913,59
- kleding € 22.784,75
- vakantie € 6.055,39
- overig € 6.101,99
- theater € 526,25
€ 11.536,79 + € 108.860,32) aan kosten van de huishouding.
€ 4.906,68 buiten de verrekenperiode door de man uitgegeven.
- IMNederland Trainingen € 32,20
- Autokosten € 31.796,17
- Consumpties [naam bedrijf] € 1.158,14
- Advocaatkosten € 4.275,35
- Opname en/of rekening € 4.600,00
€ 170.078,37 (€ 340.156,75 / 2) moeten dragen van de kosten van de huishouding. De man heeft met een bedrag van € 192.392,04 bijgedragen aan de kosten van de huishouding, terwijl hij slechts had moeten bijdragen met een bedrag van € 170.078,37. Dit leidt ertoe dat de man met een bedrag van € 22.313,67 (€ 192.392,04 - € 170.078,37) teveel heeft bijgedragen aan de kosten van de huishouding en de vrouw met eenzelfde bedrag te weinig heeft bijgedragen aan de kosten van de huishouding (€ 170.078,37 - € 147.764,71). De man heeft dan ook een vordering op de vrouw wegens hetgeen hij teveel heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding ten bedrage van € 22.313,67.
€ 45.588,68 te betalen op grond van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen. De vrouw heeft verzocht om de goederen van de man bij helfte te verdelen.