Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“(…) ik zou graag voor voorlopig vrijstelling willen krijgen voor het solliciteren na een baan op dit moment ben ik niet in staat om te werken.”
“(…) Het klopt dat ik tijdens de toelatingszitting op 14 september 2018 heb gezegd dat ik voor 20 uur aan het werk zou gaan en dat ik zou proberen om dit te verhogen naar 36 uur. Het klopt ook dat ik vervolgens bij het huisbezoek aan de heer [naam 1] heb gevraagd of ik voorlopig niet meer dan 20 uur hoefde te werken. Dat was al heel moeilijk voor mij; ik had paniekaanvallen. Ik hoor de bewindvoerder zeggen dat het huisbezoek heeft plaatsgevonden op 25 september 2018; dus 11 dagen na de toelatingszitting. De problemen speelden al bij de toelating, maar minder extreem. U vraagt mij waarom ik daar toen geen melding van gemaakt heb. Het ging er toen om dat we erin kwamen.”
“(…) Betrokkene heeft reeds bijna 2 jaar medische klachten. (…)
Zij is overspannen. Heeft angst- en paniekaanvallen. (…) begonnen in september 2018. (…) Sinds 24 mei gesprekken bij psycholoog. (…) reeds drie gesprekken gehad. (…) heeft rugklachten reeds maanden. (…) Heeft maagverkleining gehad 4 jaar geleden. (…) Zij geeft aan dat zij niet kan werken vanwege mentale en lichamelijke klachten. (…) Conclusie: niet belastbaar in werk. (…) Datum arbeidsongeschiktheid: september 2018 (…) 100% (…) verwachte duur van de Arbeidsongeschiktheid: Nog onduidelijk. Is er herstel te verwachten: voorlopig niet. Mogelijke datum van herbeoordeling: 5 jaar. (…)”
“(…) Het rapport van dokter [naam arts] geeft haar indrukken weer van deze cliënt (…) niet afgesproken dat wij rapporten bij de behandelend sector gaan opvragen. Ik heb toen ook afgesproken dat de bevindingen van onze arts verder niet ter discussie gesteld kunnen gaan worden.(…)”.
“Mevrouw is toegelaten met toepassing van de hardheidsclausule. Daarbij speelde een belangrijke rol dat mevrouw een baan had en haar best ging doen om meer uren te krijgen. Er is ter zitting niets gezegd over een onmogelijkheid om te werken. Er is niets gezegd over de angstklachten die blijkens het keuringsrapport vanaf september ’18 speelden. Juist de psychische stabiliteit en het feit dat een schuldenaar betaald werk heeft zijn belangrijke factoren bij toepassing van de hardheidsclausule. Inmiddels is duidelijk dat mevrouw de komende jaren geen betaalde arbeid zal kunnen verrichten. Daar niets te zegen over haar psychische klachten heeft ze de rechtbank onvoldoende toelichting gegeven ten aanzien van de toelating tot de schuldsaneringsregeling. Ik ondersteun dan ook het verzoek van de bewindvoerder.”
3.De beoordeling
De beslissing