ECLI:NL:RBROT:2020:787
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en saneringsgezindheid
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuld van circa €66.390,97 aan een schuldeiser uit een geldleningsovereenkomst. De rechtbank stelt vast dat verzoekster nagelaten heeft een betalingsregeling te treffen, waardoor de schuldeiser een gerechtelijke procedure moest starten. Verzoekster heeft bovendien vermogensbestanddelen niet aangewend om de schuld te voldoen en bewust onbetaald gelaten.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en onvoldoende heeft aangetoond zich te zullen inspannen om de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling na te komen. Verzoekster heeft zich direct aangemeld bij schuldhulpverlening en getracht via een dwangakkoord of schuldsaneringsregeling onder haar schuld uit te komen, zonder eerst met de schuldeiser tot een regeling te komen.
Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden die toelating tot de regeling rechtvaardigen ondanks het ontbreken van goede trouw. De uitspraak is gedaan op 22 januari 2020 door rechter J.C.A.M. Los.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en saneringsgezindheid.