Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit tot toekenning van bijstand en vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn voor het bezwaar is aangevangen op de dag na ontvangst van het premature bezwaarschrift, omdat het primaire besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt.
Verweerder heeft te laat besloten op het bezwaar, waardoor eiseres recht heeft op een dwangsom. De rechtbank stelt de maximale dwangsom van € 1.442,- vast, omdat de termijn van 42 dagen waarbinnen de dwangsom kan worden opgelegd, is overschreden.
Eiseres handhaafde het beroep tegen het primaire besluit en het besluit op bezwaar, maar gaf geen gronden aan tegen het besluit op bezwaar. Daarom verklaart de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 262,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten door verzet.