De zaak betreft een geschil over de juridische kwalificatie van de overeenkomst tussen een nanny en haar opdrachtgevers, de ouders van de kinderen die zij verzorgde. De ouders stelden dat sprake was van een overeenkomst van opdracht, terwijl de nanny betoogde dat het een arbeidsovereenkomst betrof. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst vanwege de gezagsverhouding, loonbetaling, vaste werkdagen en doorbetaling bij ziekte en vakantie.
De nanny werd op 13 november 2019 via WhatsApp op staande voet ontslagen vanwege het feit dat zij niet op tijd kon komen wegens een doktersbezoek met haar eigen kind. De kantonrechter oordeelde dat dit ontslag niet rechtsgeldig was en dat de arbeidsovereenkomst onregelmatig was beëindigd zonder inachtneming van de opzegtermijn van twee maanden.
De ouders erkenden het loon over de periode van 1 tot en met 13 november 2019 en de opzegtermijn, maar hielden een tegenvordering wegens vermeende autoschade aan. Deze tegenvordering werd niet aannemelijk gemaakt, zodat verrekening werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde de ouders tot betaling van het loon over de opzegtermijn en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, inclusief wettelijke rente en verhoging.
Het tegenverzoek van de ouders tot schadevergoeding wegens autoschade werd afgewezen omdat geen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de nanny. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.