ECLI:NL:RBROT:2020:7953

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
10 september 2020
Zaaknummer
C/10/599700 / FA RK 20-4895
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WzdArt. 24 lid 1 WzdArt. 15 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArt. 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging opname en verblijf ziekte van Korsakov

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met de ziekte van Korsakov en schizofrenie. Na een deskundigenonderzoek en het intrekken van een eerder verzoek werd het nieuwe verzoek als zodanig beoordeeld met een maximale termijn van zes maanden.

Uit de medische verklaringen en het zorgplan bleek dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoeningen, met een aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing. De opname en het verblijf in een geregistreerde accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om dit nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar.

De cliënt verzette zich tegen opname en verblijf en wilde terugkeren naar haar thuisland, maar daar is geen passende zorg mogelijk. De rechtbank achtte de criteria voor machtiging vervuld en verleende de machtiging tot en met 16 januari 2021, met een correctie van vijf dagen vanwege termijnoverschrijding.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf tot en met 16 januari 2021.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/599700 / FA RK 20-4895
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 juli 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] , [geboorteland cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende aan de [adres cliënt] , [postcode cliënt] te [woonplaats cliënt]
thans verblijvende in Lelie Zorggroep, verpleeghuis De Burcht te Rotterdam
advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 3 juli 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 30 maart 2018;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam specialist ouderengeneeskunde] , specialist ouderengeneeskunde, van 29 mei 2020;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam psychiater] , psychiater, van 25 juni 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 25 juni 2020;
 het zorgplan van 17 januari 2020;
 een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld en een afschrift van de beschikking waarbij een mentor is benoemd.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • cliënt met haar hierboven genoemde advocaat;
  • [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Lelie Zorggroep;
  • [naam mentor] , mentor.

2..Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast moeten de opname en het verblijf noodzakelijk zijn om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Bij beschikking van 24 mei 2019 heeft deze rechtbank op grond van artikel 15 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen een machtiging tot voortgezet verblijf verleend tot en met 6 mei 2020. Op 5 juni 2020 heeft de rechtbank een verzoek van het CIZ ontvangen. Bij tussenbeschikking van 16 juni 2020 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek bevolen. Op 22 juni 2020 heeft het CIZ het verzoek ingetrokken, waarna voorliggende verzoek van het CIZ is ingekomen op 3 juli 2020. De rechtbank beschouwt het ingekomen verzoek als een nieuw verzoek en beslist daarom over een termijn van maximaal zes maanden.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een met een psychogeriatrische aandoening gelijkgestelde stoornis te weten de ziekte van Korsakov, gepaard gaande met een psychische stoornis, te weten schizofrenie. Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt weerspreekt het voormelde niet en de rechtbank heeft geen aanleiding voor een ander oordeel.
2.4.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Cliënt zegt ter zitting meerdere malen dat zij terug wil naar haar thuisland, Trinidad en Tobago. De accommodatie heeft contact gehad met de familie van cliënt. In Trinidad en Tobago is er geen woning voor haar en kan zij niet de zorg krijgen die zij nodig heeft.
2.6.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een machtiging. De rechtbank volgt het betoog van betrokkene dat vijf dagen in mindering moeten worden gebracht op de termijn van zes maanden, vanwege het overschrijden van de beslistermijn met vijf dagen. De rechtbank zal de machtiging verlenen tot en met 16 januari 2021.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 januari 2021.
Deze beschikking is op 21 juli 2020 mondeling gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 23 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.