ECLI:NL:RBROT:2020:8136
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens vrijwilligheid en ontbreken ernstig nadeel
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt in een zorginstelling op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt verblijft in Aafje Koningshof te Rotterdam en werd vertegenwoordigd door een advocaat.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 juli 2020, waarbij de cliënt en een specialist ouderengeneeskunde via beeld- en geluidverbinding werden gehoord, bleek dat de cliënt een stoornis heeft. Echter, er was geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel aanwezig. De cliënt gaf aan zich goed te voelen en was rustig en meewerkend. De specialist verklaarde dat een eerdere agressie aanleiding was voor de aanvraag, maar dat daarna geen agressie meer was geweest.
De rechtbank concludeerde dat er geen voldoende onderbouwing was voor een ander onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat een machtiging zou rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van verzet en het vrijwillige karakter van het verblijf, was een gedwongen opname niet noodzakelijk. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 9 juli 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 13 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling is afgewezen wegens vrijwilligheid en ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.