ECLI:NL:RBROT:2020:8138
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang met beperking duur
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 juli 2020 het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie NAO. Uit de medische verklaring en het zorgplan bleek dat het gedrag van de cliënt leidde tot ernstig nadeel, zoals risico op lichamelijk letsel en agressie, en dat opname noodzakelijk was om dit te voorkomen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd de cliënt gehoord samen met haar advocaat en een arts van de instelling. De advocaat betoogde dat het proces in strijd was met het recht op een eerlijk proces omdat de cliënt niet deugdelijk was gehoord en haar standpunt niet goed kon verwoorden. De rechtbank erkende dit bezwaar en besloot de machtiging toe te wijzen voor een kortere duur van twee maanden, zodat de cliënt op kortere termijn opnieuw kan worden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor het verlenen van de machtiging was voldaan: het gedrag van de cliënt leidde tot ernstig nadeel, opname was noodzakelijk en er waren geen minder ingrijpende alternatieven. De machtiging geldt tot en met 9 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van twee maanden.