Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het inleidend exploot van dagvaarding van 12 februari 2020, met producties;
- het tussen partijen onder zaaknummer 8332111 CV EXPL 20-5679 gewezen verstekvonnis van 17 maart 2020;
- het exploot van de verzetdagvaarding van 13 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord in oppositie, met één productie;
- de rolbeslissing van 25 juni 2020;
- de brief van 21 juli 2020 van [gedaagde] .
2..De vaststaande feiten
- [gedaagde] veroordeeld om aan Woonfonds te betalen € 3.164,31 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand januari 2020, rente en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 2.553,81 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde ontbonden;
- [gedaagde] veroordeeld om het gehuurde binnen 14 dagen na betekening te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Woonfonds te stellen;
- [gedaagde] veroordeeld om met ingang van de maand februari 2020 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt te betalen de huurbedragen waarop Woonfonds bij wederzijdse nakoming van de huurovereenkomst aanspraak gemaakt zou kunnen hebben;
- [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.