De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die thans verblijft in een zorginstelling. De psychiater stelde dat er geen sprake is van een manisch beeld en geen grond bestaat voor voortzetting van de maatregel. Tijdens de mondelinge behandeling, die via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd betrokkene en zijn advocaat gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.
De rechtbank overwoog dat betrokkene weliswaar een zorgmachtiging wenst omdat vrijwillige behandeling onvoldoende effect heeft, maar dat er geen actueel psychisch stoornisbeeld is en geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door het gedrag van betrokkene. Hierdoor zijn de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel niet vervuld. De rechtbank wees het verzoek daarom af.
De beschikking werd mondeling gegeven op 28 augustus 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 3 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.