De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 september 2020 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader. De kinderen wonen bij de vader en stiefmoeder, en het ouderlijk gezag wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren eerder verlengd tot 2 oktober 2020. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging voor een jaar vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, veroorzaakt door de ernstig verstoorde communicatie tussen de ouders. De moeder verzette zich niet tegen het verzoek, wenste echter dat de wensen van de kinderen worden onderzocht en vroeg aandacht voor uitbreiding van contactmogelijkheden. De vader stemde in met het verzoek.
De rechtbank constateerde dat de kinderen nog steeds loyaliteitsproblemen ondervinden door de verstoorde communicatie tussen ouders en stiefmoeder. Hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, zoals het afronden van MST-CAN en verbeterde overdrachtsmomenten, is zelfstandige afwending van de bedreigde ontwikkeling en overeenstemming over hoofdverblijfplaats nog niet bereikt. Daarom blijft gedwongen hulpverlening noodzakelijk en wordt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing verlengd tot 2 oktober 2021.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter S. Jordaan, met griffier D. van der Aa aanwezig. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.