De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige tot zijn meerderjarigheid vanwege ernstige gedragsproblemen en een onveilige thuissituatie. De minderjarige vertoont agressief en zelfbepalend gedrag, mogelijk veroorzaakt door autisme, PTSS en hechtingsstoornis, en woont sinds november 2019 weer bij de pleegmoeder waar de situatie onhoudbaar is geworden.
De pleegmoeder kan haar woning alleen met begeleiding betreden vanwege de dreiging van de minderjarige, die fysiek agressief is geweest. De pleegvader heeft zich volledig teruggetrokken. De kinderrechter acht daarom de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk om passende hulpverlening in te zetten en de relatie tussen de minderjarige en pleegouders te herstellen.
De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.