De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een bipolaire I stoornis met psychotische kenmerken.
Hoewel het op het moment van de zitting goed ging met betrokkene en zij niet zorgmijdend was, is voorzienbaar dat zij kan besluiten te stoppen met medicatie, wat leidt tot een snelle en ernstige verslechtering van haar toestand. Dit kan resulteren in lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie. Eerdere opnames en medicatie-instellingen tonen dit patroon aan.
De rechtbank oordeelde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid te stabiliseren en betrokkene haar autonomie te laten herwinnen. De verplichte zorg omvat medicatietoediening en opname in een accommodatie met bewegingsbeperking, maximaal voor drie maanden, met een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek bij verlenging.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, ingaande op 4 september 2020, met als doel het ernstig nadeel af te wenden en de veiligheid en maatschappelijke participatie van betrokkene te waarborgen.