ECLI:NL:RBROT:2020:8313
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschilprocedure aansprakelijkheid kop-staartbotsing op A38 te Ridderkerk
Op 18 juni 2018 raakte verzoekster betrokken bij een kop-staartbotsing op de A38 te Ridderkerk waarbij haar voertuig van achteren werd aangereden door een door Allianz verzekerd voertuig. Verzoekster stelde dat Allianz aansprakelijk is voor de schade, terwijl Allianz betwistte aansprakelijkheid en stelde dat verzoekster zonder noodzaak bijna stil stond, waardoor het ongeval ontstond.
Verzoekster diende een deelgeschilprocedure in op grond van artikel 1019w Rv om aansprakelijkheid vast te stellen. De kantonrechter overwoog dat de toedracht van het ongeval en de snelheid van verzoeksters voertuig vlak voor de botsing niet vaststaan. De bewijslast voor de gestelde onzorgvuldigheid van de tegenpartij ligt bij verzoekster, en de enkele botsing van achteren vormt geen uitzondering op deze hoofdregel.
De kantonrechter oordeelde dat de zaak zich niet leent voor een deelgeschilprocedure omdat uitvoerige bewijsvoering nodig is, waaronder getuigenverhoren en technisch onderzoek, wat niet past bij het doel van deze procedure. Het verzoek werd afgewezen en de kosten werden niet toegewezen omdat de procedure gezien de omstandigheden niet redelijk was. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter Wetzels op 24 september 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ongeschiktheid van de deelgeschilprocedure voor uitvoerige bewijsvoering.