Op 27 februari 2020 zijn twee slachtoffers door drie jongens van hun vrijheid beroofd en afgeperst, waarbij zij in een auto zijn geduwd, bedreigd en mishandeld. De aanleiding was een conflict tussen de bijrijder van de auto en de vriend van een van de slachtoffers.
De politie startte onderzoek, maar de aangiftes werden pas enkele dagen na het incident gedaan, nadat eerst eigen onderzoek was gedaan door betrokkenen. Dit leidde tot twijfel over de betrouwbaarheid van de verklaringen, met name over de herkenning van de bestuurder van de auto. De verdachte werd aangewezen als bestuurder, maar de rechtbank vond de bewijsvoering daarvoor onvoldoende overtuigend.
De rechtbank oordeelde dat de basis van het bewijs gecompromitteerd was en dat er te veel twijfel bestond over de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.