Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van zorgverzekeraar DSW tegen een verzekerde die niet tijdig de zorgpremie heeft betaald voor de periode maart tot en met september 2019. DSW vordert betaling van de openstaande premie inclusief wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde erkent de hoofdsom niet te betwisten, maar voert aan dat hij vanwege coronamaatregelen niet contant kon betalen en daardoor betalingsproblemen had.
De kantonrechter stelt vast dat de gedaagde gehouden is tot betaling van de premie en dat de vordering van DSW grotendeels toewijsbaar is. De buitengerechtelijke incassokosten worden slechts gedeeltelijk toegewezen omdat DSW in haar aanzegging een lager bedrag noemde dan later werd gevorderd. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten. De stelling dat het niet mogelijk was contant te betalen leidt niet tot vrijstelling van betaling.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De gedaagde moet de premie voldoen en de proceskosten dragen, waarmee het geschil in eerste aanleg is beslecht.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, wettelijke rente en proceskosten.