ECLI:NL:RBROT:2020:8525

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
30 september 2020
Zaaknummer
8247130
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 3:37 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoldoende bewijs nieuwe telefoonabonnementsovereenkomst en afwijzing schadevergoeding

Tele2 Nederland B.V. vordert betaling van abonnementsgelden en een schadevergoeding wegens vermeende voortijdige beëindiging van een nieuwe overeenkomst met gedaagde. Vast staat dat er een oorspronkelijke overeenkomst bestond met maandelijkse betalingen van €45. Tele2 stelt dat de overeenkomst is opgezegd op 27 september 2018 en per 11 oktober 2018 is beëindigd, terwijl gedaagde betwist dat hij de overeenkomst niet eerder heeft opgezegd maar dit niet voldoende onderbouwt.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is bewezen dat gedaagde eerder dan 11 oktober 2018 heeft opgezegd. De vordering tot betaling van abonnementsgelden en buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen. Tele2 stelt voorts dat in mei 2018 een nieuwe overeenkomst is gesloten vanwege een snelheidsverhoging, maar gedaagde betwist dit en stelt dat hij ervan uitging dat zijn lopende overeenkomst was aangepast.

De rechtbank stelt dat Tele2 onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen, omdat het verzendoverzicht van e-mails niet aantoont dat gedaagde deze heeft ontvangen of dat overeenstemming is bereikt. Omdat het maandbedrag ongewijzigd bleef, wordt de schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van abonnementsgelden en incassokosten, schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8247130 \ CV EXPL 20-167
uitspraak: 4 september 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Tele2 Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Tele2’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verdere procesverloop

1.1.
Het verder verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het tussenvonnis van 15 mei 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de akte uitlating met producties van Tele2;
  • de rolbeslissing van 10 juli 2020;
  • de schriftelijke reactie van [gedaagde] .
1.2.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

2.1.
Tele2 maakt kort gezegd aanspraak op betaling van abonnementsgelden en op een schadevergoeding wegens ontbinding van de overeenkomst.
2.2.
Ten aanzien van de gevorderde abonnementsgelden over augustus tot en met 11 oktober 2018 wordt het volgende overwogen. Vast staat dat partijen een overeenkomst met elkaar hadden en dat [gedaagde] uit hoofde van die overeenkomst € 45,- per maand diende te betalen aan Tele2. Van belang is daarom wanneer de overeenkomst tussen partijen is geëindigd. Tele2 voert aan dat de overeenkomst is opgezegd op 27 september 2018, waarop Tele2 de overeenkomst per 11 oktober 2018 heeft beëindigd. [gedaagde] voert aan dat hij de overeenkomst al eerder had opgezegd, namelijk in augustus 2018. Hij geeft aan dat hij Tele2 telefonisch niet kon bereiken en dat hij toen per e-mail de overeenkomst heeft opgezegd. Tele2 betwist de ontvangst van die e-mail. [gedaagde] heeft daarop zijn standpunt niet verder onderbouwd. Hij geeft aan dat hij geen toegang meer heeft tot de mailbox van waaruit hij de opzeggingsmail heeft verzonden. De kantonrechter oordeelt daarom dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast komt te staan dat de overeenkomst per 11 oktober 2018 is geëindigd. De vordering tot betaling van de facturen met een totale hoogte van € 95,03 wordt dan ook toegewezen.
2.3.
Tele2 maakt ook aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, ten aanzien van deze facturen, ter hoogte van € 40,-. Tele2 heeft daartoe bij dagvaarding een aanmaning overgelegd, die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij die brief heeft ontvangen. De gevorderde vergoeding, die is berekend conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, wordt daarom toegewezen.
2.4.
Tele2 maakt verder aanspraak op een schadevergoeding. Zij stelt daartoe dat partijen reeds lange tijd een overeenkomst hadden, maar dat zij in mei 2018 een nieuw jaarcontract met elkaar hebben gesloten, die door de opzegging van [gedaagde] voortijdig is beëindigd. De schadevergoeding ziet op ‘misgelopen’ abonnementsgelden. Voor de beoordeling van deze vordering moet eerst worden vastgesteld of partijen in mei 2018 een nieuwe overeenkomst hebben gesloten. Wat dat betreft is er geen discussie over dat [gedaagde] in mei 2018 te kennen heeft gegeven dat hij sneller internet wilde, dat hij aanvankelijk daarvoor wilde overstappen naar KPN en dat hij uiteindelijk toch bij Tele2 is gebleven. Tele2 stelt dat zij toen telefonisch een nieuwe overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] , hetgeen zij heeft bevestigd in diverse e-mails. [gedaagde] betwist dit. Hij voert aan dat hem is meegedeeld dat de snelheidsverhoging mógelijk tot een nieuwe overeenkomst zou leiden, maar dat hij hiervan nooit een bevestiging heeft ontvangen, zodat hij ervanuit is gegaan dat zijn lopende overeenkomst is aangepast, aangezien hij ook hetzelfde maandbedrag is blijven betalen.
2.5.
Het is aan Tele2 om te onderbouwen dat zij een ‘nieuwe’ overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] . Conform artikel 3:37 lid 3 BW Pro is het daarom ook Tele2 die moet aantonen dat de betreffende e-mails [gedaagde] hebben bereikt. Naar oordeel van de kantonrechter heeft Tele2 dit onvoldoende onderbouwd. Ze heeft weliswaar een verzendoverzicht uit haar systeem in het geding gebracht, maar dit is niet genoeg. Het verzendoverzicht toont slechts technische omschrijvingen van berichten die door Tele2 als verzonden zijn aangemerkt. Uit het verzendoverzicht blijkt echter niet wat de inhoud van de e-mails is en of deze daadwerkelijk zijn verzonden, laat staan dat hieruit blijkt dat [gedaagde] de e-mails heeft ontvangen. Ook de interne telefoonnotitie geeft slechts de aantekeningen van de medewerker van Tele2 weer, maar toont niet aan dat hierover overeenstemming is bereikt met [gedaagde] . Als onvoldoende onderbouwd komt dan ook niet vast te staan dat partijen een nieuwe overeenkomst hebben gesloten, te meer omdat onbetwist is dat [gedaagde] voor en na de wijziging hetzelfde maandbedrag betaalde aan Tele2.
2.7.
Het voorgaande betekent dat er geen sprake is van een voortijdige beëindiging van de overeenkomst tussen Tele2 en [gedaagde] . De door Tele2 gevorderde schadevergoeding wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
2.8.
Omdat beide partijen voor een deel in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

3..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Tele2 te betalen een bedrag van € 135,03 aan abonnementsgelden en incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;
compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
33394