ECLI:NL:RBROT:2020:8573
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing rechterlijke machtiging voortzetting verblijf cliënt met verstandelijke handicap en psychische stoornissen
Het CIZ verzocht om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt in een gespecialiseerde instelling op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap met diverse psychische stoornissen waaronder zwakbegaafdheid, autismespectrumstoornis en ADHD. De advocaat van de cliënt vroeg om benoeming van een deskundige vanwege twijfels over de diagnose zwakbegaafdheid, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat er geen reden was om aan de medische verklaring te twijfelen.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de cliënt zich verzet tegen voortzetting van het verblijf en dat hij ernstige incidenten heeft veroorzaakt, waaronder bedreigingen en agressie. De hoofdbehandelaar gaf aan dat de medicatie recent is aangepast en de situatie stabiliseert, maar het ernstig nadeel blijft bestaan. De rechtbank oordeelde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
Hoewel het CIZ een machtiging voor vijf jaar vroeg, bepaalde de rechtbank een termijn van twee jaar passend, mede vanwege het geplande aanvullend onderzoek naar de aandoeningen van de cliënt. De rechtbank verleende daarom de machtiging tot en met 6 augustus 2022. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van de cliënt voor de duur van twee jaar tot 6 augustus 2022.