ECLI:NL:RBROT:2020:8580

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
30 september 2020
Zaaknummer
C/10/598952 / FA RK 20-4539
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzHoofdstuk 6 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging wegens ontbreken ernstig nadeel bij psychische stoornis

De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis. Bij de mondelinge behandeling op 10 juli 2020 bleek dat de situatie van betrokkene positief was veranderd; zij accepteert zorg, is vrijwillig opgenomen en gebruikt medicatie. Er is geen sprake meer van ernstig nadeel of ernstige verwaarlozing, en het is niet voorzienbaar dat dit in de toekomst zal optreden.

De rechtbank heeft de medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en eerdere machtigingen betrokken in haar beoordeling. Betrokkene beschikt over een uitgebreid steunsysteem, waaronder hulp van moeder en zus. De officier van justitie werd niet gehoord omdat geen nadere toelichting nodig werd geacht.

Gelet op het ontbreken van ernstig nadeel en de bereidheid van betrokkene tot behandeling, heeft de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/598952 / FA RK 20-4539
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 10 juli 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. S.C. Dikkers te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 25 mei 2020;
  • de zorgkaart van 17 april 2020;
  • het zorgplan van 31 maart 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • het eigen plan van aanpak van 17 april 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
 [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de situatie van betrokkene inmiddels in positieve zin is veranderd. Betrokkene lijdt weliswaar aan een psychische stoornis, maar er vloeit op dit moment geen ernstig nadeel meer uit voort. Betrokkene accepteert zorg en er is geen sprake meer van ernstige verwaarlozing. Het is niet (voldoende) voorzienbaar dat dat wel in de toekomst het geval zal zijn. Betrokkene heeft een uitgebreid steunsysteem. Zo helpen haar moeder en zus haar als zij thuis verblijft. Betrokkene is bovendien al ruim twee weken vrijwillig opgenomen en gebruikt medicatie. Zij staat dus open voor behandeling en verzet zich niet tegen de zorg.
2.2.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af:
Deze beschikking is op 10 juli 2020 mondeling gegeven door mr. P. Vrolijk, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 14 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.