ECLI:NL:RBROT:2020:8588
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar zoon werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde of aan de criteria voor een crisismachtiging was voldaan. Uit de medische verklaring en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, veroorzaakt door een combinatie van een depressieve stoornis en neurocognitieve stoornis na een herseninfarct. De situatie was zo ernstig dat de reguliere zorgmachtigingsprocedure niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om verplichte zorg toe te passen, waaronder het toedienen van vocht, voeding en medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen deze zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De verplichte zorg werd als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot en met 18 juni 2020, en wees het meer of anders verzochte af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.