ECLI:NL:RBROT:2020:8593
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Uit de medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis en onvoldoende ziekte-inzicht heeft, waardoor hij medicatie weigert en noodzakelijke zorg mijdt.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene de afgelopen zeven jaar onder voorwaardelijke machtigingen stond en dat verplichte zorg nodig is om zijn geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren en ernstig lichamelijk letsel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar, en de voorgestelde zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
De rechtbank besloot de zorgmachtiging toe te wijzen voor een periode van zes maanden, waarbij verplichte medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten worden opgelegd. Andere zwaardere vormen van verplichte zorg werden niet noodzakelijk geacht omdat geen crisissituatie was vastgesteld.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen.