De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 september 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een posttraumatische stresstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, met ernstige psychotische symptomen die leiden tot levensgevaar en lichamelijk letsel.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene en haar advocaat via beeldverbinding werden gehoord, werd vastgesteld dat vrijwillige zorg onvoldoende is. De verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor een periode van twaalf maanden, met verplichte zorgvormen zoals het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, die alleen worden ingezet bij terugval.
De rechtbank overweegt dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde zorg evenredig en effectief is. De machtiging sluit aan op een lopende machtiging en is bedoeld om de veiligheid en maatschappelijke participatie van betrokkene te waarborgen.