ECLI:NL:RBROT:2020:8626

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 september 2020
Publicatiedatum
1 oktober 2020
Zaaknummer
C/10/604067 / FA RK 20-7019
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 6:5 WvggzArt. 8:9 WvggzTijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte ambulante geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 september 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een posttraumatische stresstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, met ernstige psychotische symptomen die leiden tot levensgevaar en lichamelijk letsel.

Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene en haar advocaat via beeldverbinding werden gehoord, werd vastgesteld dat vrijwillige zorg onvoldoende is. De verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor een periode van twaalf maanden, met verplichte zorgvormen zoals het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, die alleen worden ingezet bij terugval.

De rechtbank overweegt dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde zorg evenredig en effectief is. De machtiging sluit aan op een lopende machtiging en is bedoeld om de veiligheid en maatschappelijke participatie van betrokkene te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor verplichte ambulante zorg met mogelijke klinische opname voor twaalf maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/604067 / FA RK 20-7019
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 september 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Yulius aan de [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,
advocaat mr. M. Mook te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 11 september 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 31 augustus 2020;
  • de zorgkaart van 24 augustus 2020;
  • het zorgplan van 21 augustus 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 september 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , arts, en [naam 3] , psychiater, beiden verbonden aan Yulius.
Allen zijn akkoord met deze wijze van horen.
1.3.
De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een posttraumatische stresstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.
Betrokkene is bekend in de psychiatrie. Zij is nu op verzoek van haar echtgenoot opgenomen, tijdens de nog lopende machtiging. Tijdens psychotische overschrijdingen hoort zij stemmen die haar opdrachten geven om zich zelf iets aan te doen en geen medicatie meer in te nemen. Als betrokkene oplopende spanningen ervaart, zijn de stemmen aanwezig. Dat heeft in het verleden geleid tot zelfbeschadiging en ook zelfmoordgedachten en –pogingen.
2.3.
Betrokkene heeft verplichte zorg nodig om ernstig nadeel af te wenden en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren.
2.4.
Gebleken is dat er, hoe graag betrokkene dat anders zou zien en zelf ook in controle wil kunnen zijn over de stemmen, op dit moment geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Op sommige momenten lukt het betrokkene om zonder klinische hulp met haar psychische klachten om te gaan, maar op andere momenten zijn de stemmen haar de baas en zo sterk, dat een klinische opname nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Er is dan vanwege de toestand van betrokkene geen mogelijkheid voor verdere behandeling en samenwerking om de noodzakelijke veiligheid van en rond betrokkene te waarborgen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg toewijzen:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het opnemen in een accommodatie.
Uit de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat op dit moment de vormen van verplichte zorg ‘het opnemen in een accommodatie’ en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ niet lang noodzakelijk zijn. Deze vormen zijn, aldus de behandelaren, wel weer nodig als betrokkene terugvalt en de zorg in het ambulante kader niet langer volstaat om het ernstig nadeel af te wenden.
Het is voorzienbaar dat een dergelijke situatie zich zal gaan voordoen, omdat het ziektebeeld van betrokkene wisselvallig is en ook in het recente verleden opnamen noodzakelijk zijn gebleken. Op de momenten dat betrokkene weer overgaat tot gedrag dat haar leven in gevaar brengt of tot ernstig lichamelijk letsel leidt kan alleen een klinische opname ernstig of zelfs onomkeerbaar nadeel voorkomen. De opname dient zo kort mogelijk te duren en bij toepassing ervan moet de zorgverantwoordelijke in elk geval het bepaalde in artikel 8:9 van Pro de Wvggz in acht nemen.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging, die aansluit op de nog lopende zorgmachtiging zal, op de voet van het bepaalde in artikel 6:5 Wvggz Pro, worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2021.
Deze beschikking is op 24 september 2020 mondeling gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 29 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.