ECLI:NL:RBROT:2020:863

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2020
Publicatiedatum
4 februari 2020
Zaaknummer
C/10/589153 / FA RK 20-22
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 3:3 Wvggz
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz

De officier van justitie verzocht op 3 januari 2020 om verlenging van een eerder opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft bij Parnassia Groep te Rotterdam.

Tijdens de mondelinge behandeling op 6 januari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar zoon aanwezig waren, werd vastgesteld dat sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door ernstige verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Dit nadeel wordt vermoedelijk veroorzaakt door een psychische stoornis, waaronder een depressieve stoornis, middelenmisbruik en niet-aangeboren hersenletsel.

De rechtbank oordeelde dat de crisissituatie te ernstig is om de procedure voor een zorgmachtiging af te wachten. Hoewel betrokkene vrijwillig wil verblijven, bestaat twijfel over naleving van afspraken. De verplichte zorg is noodzakelijk en proportioneel, waaronder beperkingen in bewegingsvrijheid, controle op middelengebruik en opname in een accommodatie.

De rechtbank verleent daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 27 januari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 27 januari 2020.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/589153 / FA RK 20-22
Patiëntnummer: [nummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 januari 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Joegoslavië,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende te Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam,
advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 januari 2020, heeft de officier verzocht om verlenging van de op 2 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 2 januari 2020;
  • de medische verklaring van C. Tuijl, psychiater, van 2 januari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 januari 2020, in voornoemde verblijfplaats van betrokkene.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • [naam] , psychiater, verbonden aan Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam;
  • de zoon van betrokkene.
1.2.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht, is de officier niet ter zitting verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van
artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in de ernstige verwaarlozing alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen dan wel goederen in gevaar is.
De huidige opname heeft plaatsgevonden nadat bij betrokkene sprake was van toenemende alcoholgebruik en zelfverwaarlozing, in de zin van slecht eten en drinken. Tevens nam betrokkene haar medicatie niet goed in. Betrokkene werd boos en fysiek agressief jegens de zorgverleners, waarna een last tot crisismaatregel is aangevraagd, aldus de psychiater ter zitting.
2.1.3.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis, misbruik in het gebruik van middelen alsmede een niet-aangeboren hersenletsel (NAH).
2.1.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.1.5.
Hoewel betrokkene ter zitting aangeeft vrijwillig in de accommodatie te willen verblijven, bestaan er twijfels of betrokkene zich aan de (behandel)afspraken zal houden. De huidige opname heeft als voornaamste doel om detoxificatie te bewerkstellingen, hetgeen alleen lukt als betrokkene minstens zes weken geen alcohol nuttigt. De kans is aanzienlijk dat betrokkene naar de alcohol zal grijpen als betrokkene buiten de accommodatie verblijft, wat maakt dat het (ernstig) nadeel enkel door het verlenen van verplichte zorg kan worden afgewend.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden, te weten het
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
beperken van de bewegingsvrijheid;
controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek aan de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
opnemen in een accommodatie;
uitoefenen van toezicht op betrokkene.
Betrokkene betwist dit niet en de rechtbank heeft geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtbank merkt hierbij op dat sommige maatregelen ook via de huisregels kunnen worden opgelegd.
2.2.2.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.3.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
(artikel 3:3 Wvggz Pro). Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 januari 2020.
Deze beschikking is op 6 januari 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van M. Mesiha, griffier, en op 10 januari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.