ECLI:NL:RBROT:2020:876

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 januari 2020
Publicatiedatum
5 februari 2020
Zaaknummer
C/10/586413 / JE RK 19-3529
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.J. van den Broek-Prins
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige tot meerderjarigheid

De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 januari 2020 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds januari 2019 onder toezicht stond en bij pleegouders verbleef. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging tot de meerderjarigheid van de minderjarige, 31 augustus 2020, omdat deze onvoldoende in staat is zelfstandig keuzes te maken en de pleegouders vanwege leeftijd niet langer verblijf kunnen bieden.

Tijdens de zitting werden de minderjarige, zijn ouders, pleegouders en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling gehoord. De ouders stemden in met het verzoek. De rechtbank constateerde dat de minderjarige sinds plaatsing een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar dat zijn toekomstgerichte begeleiding noodzakelijk blijft. De pleegouders kunnen hem niet langer huisvesten, en een terugkeer naar huis is niet mogelijk.

De rechtbank oordeelde dat het wettelijke criterium van artikel 1:255 BW Pro is vervuld en verlengde de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing tot 31 augustus 2020. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld door belanghebbenden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige tot 31 augustus 2020.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/586413 / JE RK 19-3529
datum uitspraak: 6 januari 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] 2002 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

de heer en mevrouw [naam pleegouders] ,

hierna te noemen de pleegouders, wonende te [woonplaats pleegouders] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 november 2019, ingekomen bij de griffie op 25 november 2019.
Op 6 januari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de GI, mevrouw [naam vertegenwoordigster] .
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de pleegouders.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten 31 augustus 2020. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Met [voornaam minderjarige] moet gericht gaan worden gewerkt aan zijn toekomst. [voornaam minderjarige] heeft geen concreet plan en is onvoldoende in staat gebleken keuzes te maken die in zijn belang zijn. [voornaam minderjarige] kan vanwege de leeftijd van de pleegouders hier niet veel langer meer verblijven. Om met [voornaam minderjarige] te kunnen werken richting zelfstandigheid, is een dwangkader noodzakelijk. Op deze manier kan de hulpverlening in de komende periode nog worden gericht op de emotieregulatie van [voornaam minderjarige] , kan hij hulp krijgen bij zijn financiën en kan een plek worden gezocht waar [voornaam minderjarige] zelfstandig of begeleid kan gaan wonen.

Het standpunt van de belanghebbenden

Door de ouders is ingestemd met het verzoek. De moeder heeft aangegeven dat de gezondheid van de pleegouders snel achteruit gaat en dat het van belang is dat [voornaam minderjarige] een eigen woonruimte vindt. Met name bij het op orde krijgen van zijn financiën kan [voornaam minderjarige] hulp gebruiken.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Sinds [voornaam minderjarige] bij de pleegouders verblijft, heeft hij een groei laten zien in zijn gedrag en ontwikkeling. Hij volgt een leerwerktraject en uit zich minder agressief. Omdat [voornaam minderjarige] echter dit jaar zijn meerderjarigheid zal bereiken, is het van belang dat wordt gewerkt aan zijn zelfstandigheid en toekomst. Daarbij komt dat de pleegouders vanwege hun leeftijd binnen afzienbare tijd niet meer in staat zullen zijn aan [voornaam minderjarige] verblijf te bieden, terwijl een thuisplaatsing niet mogelijk is. [voornaam minderjarige] is nog onvoldoende in staat zonder hulp keuzes te maken die in zijn belang zijn. Bovendien kan de hulpverlening [voornaam minderjarige] helpen bij de te maken vervolgstappen, zoals het vinden van een bij [voornaam minderjarige] passende woonruimte en het op orde krijgen van zijn financiën. Totdat een bij [voornaam minderjarige] passende vervolgplek is gevonden, is het van belang dat het verblijf bij de pleegouders wordt voortgezet.
Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid. Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 31 augustus 2020;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde, tot 31 augustus 2020;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. van den Broek-Prins, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2020. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.