ECLI:NL:RBROT:2020:8763

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 september 2020
Publicatiedatum
1 oktober 2020
Zaaknummer
C/10/602415 / JE RK 20-2332
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige bij zus in belang van verzorging en opvoeding

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die eerder gesloten was geplaatst vanwege contacten binnen het loverboycircuit. De minderjarige verbleef op een gesloten groep bij Hestia en zou na afronding van de behandeling bij haar zus gaan wonen, wat ook haar wens was.

De moeder stemde in met het verzoek en gaf aan dat de minderjarige boos wordt bij waarschuwingen, terwijl de ouders hun best doen haar te steunen. De zus ondersteunde het verzoek en was bereid de zorg op zich te nemen, met voldoende ruimte en bewustzijn van haar verantwoordelijkheid.

De kinderrechter oordeelde dat een thuisplaatsing bij de ouders niet wenselijk was vanwege het risico op terugval in oude patronen en dat zelfstandig wonen nog niet mogelijk was wegens gebrek aan motivatie en voorbereiding. Met inzet van gezinsbegeleiding en ambulante begeleiding werd de uithuisplaatsing bij de zus noodzakelijk geacht in het belang van de verzorging en opvoeding.

De machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend vanaf 11 oktober 2020 tot de meerderjarigheid van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden via hoger beroep.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij haar zus verleend tot haar meerderjarigheid.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/602415 / JE RK 20-2332
datum uitspraak: 7 september 2020

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2002 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 5 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op 14 augustus 2020.
Op 7 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder,
- de zus, [naam] , als informant,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] verblijft op een gesloten groep van Hestia.
Bij beschikking van 28 april 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot [geboortedatum kind] 2020. De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 juni 2020 een machtiging gesloten jeugdhulp van [naam kind] verleend tot 11 oktober 2020.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] verblijft op dit moment op een gesloten groep bij Hestia, waar zij binnenkort de behandeling zal afronden. Vanaf 11 oktober 2020 kan [naam kind] bij haar zus gaan wonen. Dit is de wens van [naam kind] . De GI heeft een verlofschema voor [naam kind] opgesteld, zodat zij kan wennen aan de thuissituatie bij haar zus en de overgang wordt verkleind. De komende periode is het van belang dat de zus en haar gezin hierbij worden ondersteund. Er wordt daarom gezinsbegeleiding vanuit het wijkteam opgestart. Daarnaast zal op de achttiende verjaardag van [naam kind] , op [geboortedatum kind] 2020, de ambulante begeleiding van Fier starten.

De standpunten

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. De moeder geeft aan dat [naam kind] boos wordt als haar ouders haar waarschuwen voor het begaan van fouten. De ouders doen hun best om [naam kind] voldoende steun en aandacht te geven. De moeder wil dat [naam kind] geen verkeerde keuzes maakt.
De zus heeft ter zitting het verzoek van de GI ondersteund. [naam kind] kan vanaf 11 oktober 2020 bij haar zus verblijven. Er is voldoende ruimte in het huis. Zij is zich bewust van de verantwoordelijke taak die op haar schouders terecht zal komen. Ook ziet de zus in dat [naam kind] haar toekomst in eigen hand heeft.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] tot voor kort contacten had binnen het loverboycircuit. Zij is daarom op 19 juni 2020 met spoed gesloten geplaatst bij Hestia. [naam kind] doet het goed op de gesloten groep en werkt mee aan behandeling. Er is de afgelopen periode gezocht naar een passende vervolgplek voor [naam kind] . Een thuisplaatsing bij de ouders is niet wenselijk, omdat [naam kind] dan mogelijk in het oude patroon zal terugvallen. Ook het doorstromen naar een open behandelvoorziening, een kamertrainingscentrum of een begeleid wonen traject behoort niet tot de mogelijkheden, vanwege een gebrek aan motivatie bij [naam kind] . Zij wil haar eigen woning, maar is momenteel onvoldoende voorbereid om zelfstandig te wonen. De zus is bereid gevonden om voor [naam kind] te zorgen. Na afloop van de machtiging gesloten jeugdhulp, op 11 oktober 2020, zal [naam kind] bij haar zus gaan wonen. Er zal gezinsbegeleiding vanuit het wijkteam en ambulante begeleiding van Fier worden ingezet om deze plaatsing te laten slagen. Het is van belang dat [naam kind] aan haar toekomst gaat werken en steviger in het leven komt te staan. De kinderrechter is daarom met alle betrokkenen van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing bij de zus verleend dient te worden.
Uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen tot aan de meerderjarigheid van [naam kind] , te weten [geboortedatum kind] 2020.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] bij een persoon uit het netwerk, te weten bij de zus, [naam] , met ingang van 11 oktober 2020 tot [geboortedatum kind] 2020;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2020 door mr. P. Vlaardingerbroek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier.
De kinderrechter is afwezig en daardoor buiten staat de schriftelijke bevestiging van deze beslissing mede te ondertekenen. Gezien door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter tevens teamvoorzitter, in bijzijn van de griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op september 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.