De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde jeugdinstelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige woont sinds twee maanden weer thuis bij de moeder in het kader van een MST-traject, waarbij positieve samenwerking en motivatie zijn geconstateerd.
De moeder stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzet zich tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter overweegt dat hoewel het kind nog bedreigd wordt in zijn ontwikkeling vanwege PTSS en ADHD, en een intensieve begeleiding noodzakelijk blijft, de positieve prille ontwikkeling en het belang van motivatie voor het kind zwaarder wegen.
Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd voor een jaar, zodat de jeugdinstelling het MST-traject kan monitoren en passende dagbesteding kan regelen. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat deze demotiverend kan werken en het kind sinds twee maanden thuis woont. De jeugdinstelling kan bij terugval alsnog spoedmachtiging aanvragen.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2020 door kinderrechter A.C. Enkelaar te Rotterdam.