Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 20 april 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand van ruim zeven maanden en betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. [gedaagde] betwist de vordering deels en verzoekt om een termijn (terme de grâce) om de achterstand in te lopen, vanwege werkloosheid en recente werkhervatting.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is tot en met april 2020 en inmiddels is opgelopen tot €4.026,66 tot en met juli 2020. Gezien artikel 6:265 lid 1 BW Pro is ontbinding gerechtvaardigd bij een tekortkoming van deze omvang. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] wegen niet op tegen de belangen van de verhuurder.
De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe en verleent geen terme de grâce, omdat [gedaagde] geen concrete indicatie gaf over aflossingstermijn. Tevens worden de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming bevolen wegens huurachterstand zonder toekenning van een termijn om te betalen.