De officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die recent was ontslagen uit een kliniek na een psychotisch toestandsbeeld.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, verklaarde een verpleegkundige dat betrokkene momenteel ambulante begeleiding en behandeling ontvangt van het FACT-team en hieraan goed meewerkt. Betrokkene zelf bevestigde dat hij zijn medicatie trouw inneemt en vrijwillig meewerkt aan de behandeling.
Gezien de stabilisatie van het toestandsbeeld en de vrijwillige medewerking, oordeelde de rechtbank dat een zorgmachtiging niet langer noodzakelijk is. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.