Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar 65 schuldeisers, gebaseerd op een bedrag van €15.000 dat door een derde eenmalig beschikbaar is gesteld, met een uitkering van 26,4% aan preferente en 13,2% aan concurrente schuldeisers. 63 schuldeisers stemden in, maar Woonstad en Gemeente Rotterdam, samen goed voor 5,77% van de schuld, weigerden.
De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, waarbij werd meegewogen dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst en dat schuldhulpverlening weliswaar geen lid is van de NVVK, maar de normen van de NVVK hanteert. De rechtbank concludeerde dat het voorstel het uiterste is wat verzoekster kan bieden en dat de belangen van verzoekster en instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars.
De rechtbank wees het verzoek toe, beval Woonstad en Gemeente Rotterdam tot instemming en veroordeelde hen in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.