ECLI:NL:RBROT:2020:9076

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 oktober 2020
Publicatiedatum
12 oktober 2020
Zaaknummer
10/701012-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Categorie III Wet wapens en munitieArt. 1 onder 3° Wet wapens en munitieArt. 1 onder 4° Wet wapens en munitieArt. 2 lid 2 Wet wapens en munitieArt. 36b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs en onttrekking voertuig met verborgen ruimte aan het verkeer

Op 9 oktober 2020 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een verboden vuurwapen en munitie.

Tijdens de zitting op 25 september 2020 is het bewijs beoordeeld en is geconcludeerd dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. De officier van justitie en de verdediging waren het eens over vrijspraak, waarop de rechtbank verdachte vrijsprak van het ten laste gelegde.

Ondanks de vrijspraak is vastgesteld dat in het voertuig van verdachte een verboden vuurwapen werd aangetroffen in een speciaal geconstrueerde verborgen ruimte die niet origineel is voor het automerk en type. Dit voertuig kan daardoor worden gebruikt om verboden goederen te vervoeren en opsporing te belemmeren.

De rechtbank oordeelde dat het ongecontroleerd bezit van een voertuig met een verborgen ruimte in strijd is met het algemeen belang. Daarom wordt het voertuig onttrokken aan het verkeer, ongeacht het eigendom of de waarde van het voertuig.

De beslissing is genomen op basis van artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht, waarbij het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte is opgeheven.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs; voertuig met verborgen ruimte onttrokken aan het verkeer.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/701012-20
Datum uitspraak: 9 oktober 2020
Tegenspraak (art. 279 Sv Pro)
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte] [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,
gemachtigd raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart,
advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 september 2020.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L.M. Kuiper heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5..In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen voertuig te onttrekken aan het verkeer.
5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het voertuig moet worden teruggegeven aan de rechthebbende, zodat de verdachte niet meer door de tenaamgestelde van het voertuig wordt aangesproken.
5.3.
Beoordeling
Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn onder meer goederen die ter gelegenheid van een onderzoek naar strafbare feiten in beslag zijn genomen, waarmee het feit is gepleegd en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang. Een vrijspraak van een verdachte staat aan een onttrekking niet in de weg, mits vaststaat dat een strafbaar feit is gepleegd.
In dit verband merkt de rechtbank het volgende op. In de auto waarin verdachte reed en die onder hem in beslag is genomen is een verboden vuurwapen aangetroffen. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat een strafbaar feit is gepleegd. Het vuurwapen werd aangetroffen in een zogenaamde “verborgen ruimte” in dat voertuig, te weten een speciaal geconstrueerde bergplaats, die origineel niet thuishoort in een auto van dit merk en type en die (de naam impliceert het al) enkel tot doel kan hebben voorwerpen aan het oog van controlerende of met de opsporing van strafbare feiten belaste instanties te onttrekken. Bij teruggave van deze auto zou deze (opnieuw) kunnen worden gebruikt voor het vervoer van verboden wapens of andere verboden goederen, en de belemmering van de opsporing daarvan. Dat maakt dat het ongecontroleerd bezit van een voertuig met een “verborgen ruimte” in ieder geval in strijd is met het algemeen belang. Dat dit voertuig aan een ander dan verdachte toebehoort en dat het voertuig een zekere waarde heeft, waarvoor verdachte – naar zeggen van zijn raadsvrouw – door de eigenaar van het voertuig verantwoordelijk wordt gehouden, is voor de beoordeling van de vraag of het voertuig aan het verkeer dient te worden onttrokken niet relevant.
5.4.
Conclusie
Het in beslag genomen voertuig zal worden onttrokken aan het verkeer.

6..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

7..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

8..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
1. STK personenauto ( [kentekennummer] ) – Seat Leon 2018 (zwart)
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter,
en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en P.E. van Althuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Wennekes, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij
op of omstreeks 21 januari 2020
te Rotterdam
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1° van de Wet wapens
en munitie,
te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3° van die wet in de vorm
van een pistool van het merk Clock, type 19, kaliber 9mm
en/of
munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4° van de Wet wapens en munitie,
te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet van de Categorie III,
te weten 16 kogelpatronen, kaliber 9mm
voorhanden heeft gehad.