ECLI:NL:RBROT:2020:9171
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en ontruiming huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens huurachterstand
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiseres en gedaagde voor een bedrijfsruimte te Rotterdam, waarin gedaagde een autowasstraat exploiteert. De huurovereenkomst liep van december 2018 tot november 2023. Gedaagde had herhaaldelijk huurachterstanden, waarvan een deel reeds was opgelost, maar een achterstand van drie maanden bestond nog ten tijde van de dagvaarding.
Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van achterstallige huur, schadevergoeding en boeterente. Gedaagde erkende betalingsachterstanden maar voerde overmacht en onvoorziene omstandigheden aan, met name de coronacrisis, en stelde dat ontbinding onredelijk zou zijn vanwege investeringen en gebrek aan alternatieve locaties.
De kantonrechter oordeelde dat de betalingsachterstanden niet van geringe betekenis zijn en dat de omstandigheden voor rekening van gedaagde komen. De eerdere veroordeling en herhaalde wanprestatie rechtvaardigen ontbinding. De gevorderde ontruimingstermijn werd vastgesteld op veertien dagen. Betalingen tijdens de procedure maakten de tekortkoming niet ongedaan. De boete werd toegewezen tot de datum van ontbinding, en proceskosten werden aan eiseres toegekend. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huur, boeterente en proceskosten.