Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 6,26% en concurrente schuldeisers 3,13% van hun vorderingen ontvangen tegen finale kwijting. Van de 26 schuldeisers stemden 24 in met het voorstel, maar schuldeiser Oude-Tonge, met een vordering van €3.960,59 (13,56% van de totale schuld), weigerde in te stemmen. Oude-Tonge stelde dat verzoekster haar betalingsverplichtingen niet nakwam en inkomsten via haar partner verbergt.
De rechtbank oordeelde dat het voorstel zorgvuldig was opgesteld en getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoekster beschikt niet over betaald werk en staat onder beschermingsbewind, waardoor het ontstaan van nieuwe schulden onwaarschijnlijk is. De rechtbank achtte de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan die van Oude-Tonge.
Daarom werd Oude-Tonge bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen, omdat deze regeling minder gunstig zou zijn voor schuldeisers. Oude-Tonge werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat geen griffierecht verschuldigd was en verzoekster geen advocaat had.