Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede de ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot verpleging.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregel
8..Vorderingen benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
[naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 17.500, bestaande uit affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 17.500(hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 17.500 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van
€ 17.500, bestaande uit affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 17.500(hoofdsom), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 17.500 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;