ECLI:NL:RBROT:2020:9614
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot eigen aangifte faillissement wegens gebrek aan baten
Op 5 augustus 2020 heeft de aangever een verzoek tot eigen aangifte faillietverklaring ingediend. Na meerdere zittingen en aanvullende stukken heeft de rechtbank beoordeeld of aan de wettelijke voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan. Hoewel is vastgesteld dat de aangever is gestopt met betalen, is tevens onderzocht of er voldoende vermogen is om de kosten van het faillissement te bestrijden en om uitkeringen aan schuldeisers te doen.
De aangever stelt dat hij door detentie en beslagleggingen geen toegang heeft tot zijn vermogen, maar dat een curator dit vermogen wel zou kunnen gelde maken. De rechtbank oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat deze vermogensbestanddelen daadwerkelijk beschikbaar zijn voor vereffening in faillissement. Ook de stelling dat het Gerechtshof Den Haag heeft vastgesteld dat er sprake is van betalingsonwil en niet van betalingsonmacht leidt niet tot het oordeel dat er voldoende te vereffenen vermogen is.
De rechtbank concludeert dat het verzoek tot faillietverklaring misbruik van recht oplevert, omdat er geen redelijk belang is bij de aanvraag en het faillissement onvermijdelijk zal leiden tot kosten voor de curator zonder baten. Bovendien is de aangever eerder failliet geweest, waarbij het faillissement werd opgeheven wegens gebrek aan baten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot eigen aangifte faillietverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van voldoende baten.