De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek en andere verzoeksters tot faillietverklaring van Stichting P4E. Verzoeksters vorderden betaling van achterstallige premies en overige facturen, welke niet betwist werden door verweerster.
Tijdens de zittingen op 29 september, 6 oktober en 20 oktober 2020 werd vastgesteld dat verweerster meerdere schulden onbetaald had gelaten en gestopt was met betalen. Ondanks een eerder betalingsvoorstel, werd dit niet nagekomen en verzocht verweerster om extra tijd voor een nieuwe regeling, hetgeen door verzoeksters werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de feiten en omstandigheden summierlijk was gebleken dat verweerster in staat van faillissement verkeerde en dat de vorderingen terecht waren. De faillietverklaring werd uitgesproken, een rechter-commissaris en curator benoemd, en de curator kreeg last tot het openen van post van de gefailleerde.