ECLI:NL:RBROT:2020:9658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verval tenaamstelling en ongeldigverklaring kentekenbewijs wegens onvaststelbaar voertuigidentificatienummer
De zaak betreft het besluit van de RDW om de tenaamstelling van een bromfiets met een bepaald kenteken te laten vervallen en het kentekenbewijs ongeldig te verklaren. Dit besluit is genomen omdat het voertuigidentificatienummer (VIN) niet kon worden vastgesteld vanwege slijpsporen en een weggevijld framenummer.
Eiser voerde aan dat hij nooit was aangehouden, zijn voertuig in zijn achtertuin stond en dat de kentekenplaat was gestolen. Hij stelde dat een ander persoon met de gestolen kentekenplaat reed. De rechtbank oordeelde echter dat het deskundigenonderzoek van de RDW betrouwbaar was en dat eiser geen concrete aanknopingspunten had geleverd om dit te betwijfelen.
Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen is het vaststellen van het VIN verplicht. Omdat het VIN niet kon worden vastgesteld en het frame niet te identificeren was, is het kentekenbewijs ongeldig geworden. Hierdoor is eiser opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn, wat het vervallen van de tenaamstelling rechtvaardigt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervallen van de tenaamstelling en ongeldigverklaring van het kentekenbewijs wordt ongegrond verklaard.