Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 14 oktober 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;
- het vonnis van 4 december 2019, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- de brief van 23 januari 2020 van de gemachtigde van [eiseres 1], met producties;
- het proces-verbaal van de op 5 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling;
- de e-mail van 5 februari 2020 zijdens [gedaagde], met KvK-uittreksels;
- de e-mail van 7 februari 2020 zijdens [gedaagde], met een schriftelijke machtiging;
- de e-mail van 2 maart 2020 zijdens [gedaagde];
- de “tweede conclusie van antwoord tevens eis in reconventie”, met producties;
- de “conclusie na mondelinge behandeling zijnde conclusie van repliek in reconventie tevens houdende conclusie van dupliek in reconventie”, met producties;
- de “derde conclusie van antwoord tevens eis in reconventie”.
2..De vaststaande feiten
[gedaagde], KvK [kvk-nummer 1], gevestigd te [vestigingsplaats], hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur, de heer [naam 1], hierna: werkgever, en de mevrouw. [eiseres 1], geboren op [geboortedatum eiseres], wonende op [adres eiseres], [woonplaats eiseres ], hierna: werknemer/werkneemster,
3..De vorderingen in conventie
4..Het verweer in conventie
5..De vorderingen in reconventie
- € 2.516,80 aan gemaakte (proces)kosten;
- € 4.513,00 én pensioen van [naam 2] in verband met contractbreuk;
- € 5.000,00 aan schade door [verweerster] en [naam 2] aan [eiseres 2] en haar medewerkers;
- € 10.000,00 aan boete in verband met contractbreuk door [naam 2].
6..Het verweer in reconventie
7..De beoordeling
1 februari 2019. Bij gebreke van een oordeel van een bedrijfsarts kan ook niet worden geconcludeerd dat [eiseres 1] op 18 december 2018 wél (deels) geschikt was om haar eigen werk dan wel andere (passende) arbeid te verrichten. Dat [eiseres 1] ten onrechte zou hebben geweigerd passende arbeid te verrichten op 18 december 2018 en de daaropvolgende periode, is dan ook niet komen vast te staan.
gevolgwas van het vermeende handelen van [eiseres 1]. Dit had, gelet op de betwisting door [eiseres 1], wel op haar weg gelegen. [gedaagde] heeft ook niet toegelicht, laat staan onderbouwd, hoe zij aan een bedrag van € 5.000,00 komt. De vordering van [gedaagde] is daarom onvoldoende onderbouwd. Om die reden wordt niet aan bewijslevering toegekomen. De vordering van [gedaagde] ligt voor afwijzing gereed.