ECLI:NL:RBROT:2020:9752
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank herroept bestuurlijke boete wegens niet-onverwijlde melding ongebruikelijke transacties Wwft
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 oktober 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een administratiekantoor een bestuurlijke boete van €6.300,- opgelegd kreeg door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) wegens het niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties volgens artikel 16, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Het BFT stelde dat het administratiekantoor twee ongebruikelijke transacties niet tijdig had gemeld: omvangrijke contante stortingen op de bankrekening van een aan de bestuurder gelieerde vennootschap en een vermoedelijk valse factuur die niet in de administratie was opgenomen. Het administratiekantoor voerde aan dat het na kennisneming van deze transacties eerst nader onderzoek had verricht, maar geen duidelijke verklaring kon verkrijgen omdat de bestuurder het contact had verbroken.
De rechtbank oordeelde dat de Wwft ruimte laat voor nader onderzoek alvorens melding te maken en dat het administratiekantoor uit oogpunt van zorgvuldigheid navraag mocht doen. Het BFT had niet aannemelijk gemaakt dat het administratiekantoor onverwijld had moeten melden zonder eerst dit onderzoek af te wachten. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de boete herroepen. Het BFT werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete en herroept het besluit omdat nader onderzoek vooraf aan melding was toegestaan.