Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
-eigening heeft weggenomen
yA5) en een rijbewijs en bankpassen en
,terwijl die in de deuropening stond en
-wraps en
5..Strafbaarheid feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen
[naam slachtoffer 1]ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 459,85 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en een vergoeding voor reiskosten van € 10,36 en voor de overige proceskosten.
[naam slachtoffer 4]als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het ten laste gelegde feit. [naam slachtoffer 1] vordert namens de benadeelde partij een vergoeding van
[naam slachtoffer 2]ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 64,10 aan materiële schade en een vergoeding van € 7.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en een vergoeding voor de proceskosten.
[naam slachtoffer 3]ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 7.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en een vergoeding van de proceskosten.
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig (42) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het feit:
[naam slachtoffer 1], te betalen een bedrag van
€ 5.259,90 (zegge: vijfduizend en tweehonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 259,90 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 5.259,90(hoofdsom,
zegge: vijfduizend en tweehonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
24 maart 2020tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 5.259,90niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
61 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam slachtoffer 4], te betalen een bedrag van
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 2.000,- (hoofdsom, zegge: tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
30 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam slachtoffer 2], te betalen een bedrag
van € 5.064,10 (zegge: vijfduizend en vierenzestig euro en tien eurocent), bestaande uit € 64,10 aan materiële schade en
betalen € 5.064,10 (hoofdsom, zegge: vijfduizend en vierenzestig euro en tien eurocent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 5.064,10niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
60 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam slachtoffer 3], te betalen een bedrag van
€ 5.000,- (zegge: vijfduizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 5.000,- (hoofdsom, zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
60 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;