ECLI:NL:RBROT:2020:9947
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod opgelegd zonder bevoegdheid en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 15 juni 2020 legde de burgemeester van Rotterdam een huisverbod op aan eiser voor een woning aan een adres te Rotterdam. Eiser stelde beroep in en verzocht tevens om een schadevergoeding van € 50,-. De rechtbank oordeelde dat het huisverbod onrechtmatig was omdat eiser niet vast of anders dan incidenteel op de locatie verbleef en het incident waarop het huisverbod was gebaseerd, plaatsvond op 10 februari 2020, ruim vóór het opleggen van het huisverbod.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester niet bevoegd was het huisverbod op te leggen, aangezien de wettelijke voorwaarden uit artikel 2 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod niet waren vervuld. Het gevaar voor de veiligheid van personen die met eiser in de woning wonen of daar anders dan incidenteel verblijven, ontbrak op het moment van het besluit. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd.
Ten aanzien van de schadevergoeding oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij schade had geleden door het huisverbod. De aanhouding en inverzekeringstelling waren handelingen van het Openbaar Ministerie en niet van verweerder. Zonder nadere onderbouwing kon niet worden aangenomen dat eiser schade had geleden door het huisverbod. De gevraagde schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van € 525,-. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het huisverbod vernietigd en de schadevergoeding afgewezen.