ECLI:NL:RBROT:2020:9953

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 november 2020
Publicatiedatum
5 november 2020
Zaaknummer
8242540 CV EXPL 19-54602
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.M. van de Ven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering zorgverzekeraar wegens niet-betaling zorgpremie

In deze zaak vordert Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. betaling van een openstaand bedrag van €947,03 van gedaagde. Gedaagde heeft geen gedetailleerde betaalbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat zij betalingen heeft verricht, ondanks een eerdere gelegenheid daartoe bij tussenvonnis van 21 augustus 2020. De zorgverzekeraar betwist ontvangst van betalingen en overlegt een overzicht van ontvangen betalingen.

De kantonrechter oordeelt dat door het ontbreken van gedetailleerde betaalbewijzen niet kan worden vastgesteld dat gedaagde het gevorderde bedrag geheel of gedeeltelijk heeft voldaan. Het verweer wordt daarom verworpen en de vordering wordt toegewezen. Tevens wordt de wettelijke rente toegekend vanaf 10 december 2019 tot aan de dag van volledige betaling, omdat hiertegen geen verweer is gevoerd.

Daarnaast wordt de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, aangezien Zilveren Kruis heeft aangetoond dat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht, dagvaardingskosten en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €947,03 met wettelijke rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8242540 CV EXPL 19-54602
uitspraak: 6 november 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die procedeert in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
1. het tussenvonnis van 21 augustus 2020 en de daarin genoemde stukken.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

2.1
Bij tussenvonnis van 21 augustus 2020 is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om betaalbewijzen van de door haar gestelde betalingen in het geding te brengen. [gedaagde] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt en niets meer van zich laten horen.
2.2
[gedaagde] heeft geen gedetailleerde betaalbewijzen in het geding gebracht waaruit blijkt naar welk ontvangend rekeningnummer de betalingen zijn gedaan. Ook is onduidelijk welk kenmerk bij de betaling is gebruikt. Zilveren Kruis betwist dat zij de betalingen heeft ontvangen en wijst hiervoor naar het door haar bij repliek overgelegde overzicht met ontvangen betalingen. Vanwege het ontbreken van nadere onderbouwing door [gedaagde] van de door haar gestelde betalingen – door middel van gedetailleerde betaalbewijzen – kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] een gedeelte van het door Zilveren Kruis gevorderde bedrag al heeft betaald.
De kantonrechter verwerpt daarom het verweer van [gedaagde] en wijst de vordering toe.
2.3
De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.
2.4
Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten heeft zij reeds in mindering gebracht op betalingen van [gedaagde] . Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat Zilveren Kruis ook aanspraak kan maken op de gevorderde buitengerechtelijke kosten. De resterende vordering van € 947,03 bestaat uit hoofdsom.
2.5
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

3..De beslissing

De kantonrechter
:
veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 947,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 vanaf Pro 10 december 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 103,07 aan dagvaardingskosten en € 300,- (2,5 punt à € 120,-) aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
41645