Art. 6:4 Wvggzartikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing zorgmachtiging wegens bereidheid tot vrijwillige behandeling bij psychotische stoornis
De officier van justitie verzocht op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) om een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis. Bij het verzoek waren diverse medische documenten gevoegd, waaronder een verklaring van een psychiater en een zorgplan.
Tijdens de mondelinge behandeling op 13 juli 2020, die vanwege COVID-19 via beeld- en geluidverbinding plaatsvond, werd betrokkene gehoord samen met haar advocaat, evenals de behandelend psychiater. Betrokkene erkende dat het een periode niet goed met haar ging, maar gaf aan zich inmiddels beter te voelen en de behandeling vrijwillig te willen voortzetten.
De psychiater bevestigde een positieve ontwikkeling en een goede basis voor vrijwillige behandeling. De rechtbank oordeelde dat het stellen van verplichte zorg het ultimum remedium is en dat er in dit geval een alternatief is om het ernstige nadeel af te wenden. Gezien de bereidheid van betrokkene tot vrijwillige behandeling wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af.
Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven op 13 juli 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 22 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene bereid is tot vrijwillige behandeling.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/599270 / FA RK 20-4688
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 13 juli 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Youz De Fjord te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. N.J. Batelaan te Rijswijk.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 29 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 15 juni 2020;
de zorgkaart van 18 juni 2020;
het zorgplan van 3 juni 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2] , psychiater, verbonden aan Youz De Fjord.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
Het uitgangspunt van de wet Wvggz is dat het stellen van verplichte zorg het ultimum remedium is. Bij betrokkene is sprake van psychische stoornissen, maar er is in dit geval een alternatief om het ernstige nadeel af te wenden. Tijdens de mondelinge behandeling erkent betrokkene dat het een periode niet goed met haar ging, maar zij geeft aan dat zij zich inmiddels beter voelt en dat zij een behandeling op basis van vrijwilligheid wenst. Zij ziet de zorgen en zij wil vrijwillig bij Youz blijven. Volgens de psychiater is er sprake van een positieve ontwikkeling en een goede basis voor vrijwillige behandeling. De rechtbank heeft voldoende vertrouwen in de bereidheid van betrokkene om de behandeling op basis van vrijwilligheid voort te zetten. Om die reden zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
3..Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af:
Deze beschikking is op 13 juli 2020 mondeling gegeven door mr. B. Krijnen, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 22 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.