Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde een meldplicht en een verplichte klinische opname in een zorginstelling voor de duur van maximaal 1 jaar.
4..Waardering van het bewijs
dooreen aan hen opgelegde TBS-maatregel, bij hun zelfbevrijding behulpzaam is geweest, door
knieën"
deperiode van 01 december 2019 tot en met 01 maart 2020 te Poortugaal , in elk geval in Nederland, opzettelijk middelen heeft verschaft door:
boardcomputeren mobiele telefoon van die [naam slachtoffer 2] uit het voertuig van die [naam slachtoffer 2] gegooid (waardoor die [naam slachtoffer 2] werd belet hulp te vragen middels gebruik van die apparaten)
deperiode van 01 december 2019 tot en met 01 maart 2020 te Poortugaal , in elk geval in Nederland, opzettelijk middelen heeft verschaft door:
voor zoverdaaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.
5..Strafbaarheid feiten
opzettelijk iemand, op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd, bevrijden of bij zijn zelfbevrijding behulpzaam zijn
medeplichtigheid aan gijzeling, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meerdere malen gepleegd
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen en munitie van categorie III
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;
€ 10.000,00 (zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 10.000,00(hoofdsom,
zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 10.000,00 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
85 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 16.009,19 (zegge: zestienduizend negen euro en negentien cent), bestaande uit € € 6.009,19 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 16.009,19 (zegge: zestienduizend negen euro en negentien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 16.009,19 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
115 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;