Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2021:10077

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 oktober 2021
Zaaknummer
615594 / FA RK 21-2351
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:3 lid 1 Wet forensische zorgArt. 6:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging na beëindiging Tbs-maatregel wegens psychiatrische stoornissen

Betrokkene lijdt aan schizofrenie en een autisme spectrumstoornis, met een geschiedenis van middelenafhankelijkheid in remissie. Hij is eerder veroordeeld voor mishandeling en bedreiging, waarbij hij destijds volledig ontoerekeningsvatbaar werd verklaard vanwege zijn psychische stoornissen.

De Tbs-maatregel van betrokkene loopt af op 9 mei 2021. De officier van justitie verzocht de rechtbank om aansluitend een zorgmachtiging te verlenen om ernstig nadeel af te wenden, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade. De raadsman betoogde dat vrijwillige zorg voldoende zou zijn en stelde subsidiair een kortere duur en beperking van bepaalde zorgvormen voor.

De rechtbank oordeelde dat de psychische stoornissen nog aanwezig zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om destabilisatie te voorkomen. De gevraagde vormen van zorg zijn proportioneel en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, ingaande op de dag van beëindiging van de Tbs-maatregel.

De beschikking is mondeling gegeven op 16 april 2021 door de rechtbank Rotterdam, waarbij het rechtsmiddel van cassatie openstaat.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden aansluitend op de beëindiging van de Tbs-maatregel.

Uitspraak

Beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Straf 2
Zaak- / rekestnummer: 615594 / FA RK 21-2351
Patiëntnummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke vastlegging van de mondelinge beslissing van 16 april 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg juncto artikel 6:5, aanhef en onder a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier van justitie,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedatum betrokkene] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
bijgestaan door zijn raadsman mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht.

1..Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, waaronder:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur [naam geneesheer-directeur] van Fivoor,
- de medische verklaring van psychiater [naam psychiater 1] ,
- het zorgplan opgesteld door zorgverantwoordelijke [naam zorgverantwoordelijke] ,
- en de zorgkaart
ingekomen ter griffie op 30 maart 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2021 in de rechtbank Rotterdam.
Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene en de hierboven genoemde raadsman;
  • mr. M. van Eykelen, de officier van justitie;
  • de heer [naam reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker;
  • mevrouw [naam psychiater 2] , behandelend psychiater.

2..Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3..Standpunt van betrokkene

De raadsman heeft afwijzing van het verzoek bepleit. De door de betrokkene benodigde zorg kan voldoende verantwoord verleend worden binnen een vrijwillig kader.
Subsidiair heeft de raadsman van de betrokkene zich op het standpunt gesteld dat de zorgmachtiging voor 6 maanden kan worden verleend, met dien verstande dat de volgende vormen van verplichte zorg, zijnde disproportioneel, worden afgewezen:
- beperkingen op het gebied van het gebruik van communicatiemiddelen;
- onderzoek aan kleding en lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfplaats op gedragsbeïnvloedende middelen;
- toedienen van vocht en voeding;
- insluiting;
- beperken van het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.

4..Beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een autisme spectrumstoornis. Daarnaast is sprake van afhankelijkheid van middelen, op dit moment in remissie.
4.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
levensgevaar voor zichzelf;
ernstig lichamelijk letsel voor zichzelf;
ernstige psychische schade voor zichzelf en/of anderen;
ernstige immateriële schade voor zichzelf en/of anderen;
ernstige verwaarlozing van zichzelf en/of anderen;
maatschappelijke teloorgang van zichzelf en/of anderen;
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Het voorgaande blijkt onder meer uit de medische verklaring en veroordeling van betrokkene ter zake van mishandeling van zijn moeder, meermalen gepleegd en bedreiging met zware mishandeling. De rechtbank Dordrecht heeft voornoemde feiten op 24 april 2008 bewezen verklaard en de betrokkene ontslagen van rechtsvervolging omdat hij ten tijde van het plegen van de feiten heeft gehandeld onder invloed van zijn psychische stoornissen en volledig ontoerekeningsvatbaar wordt geacht. Deze stoornissen zijn ook nu nog aanwezig.
4.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene voldoende te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
4.4.
De Tbs-maatregel, in het kader waarvan betrokkene de afgelopen 13 jaar is behandeld en ondersteund, eindigt op 9 mei 2021. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat aansluitend een zorgmachtiging is aangewezen. Op dit moment is betrokkene voornemens om zijn medicatie voort te zetten en geen middelen te gebruiken. Of hij dat ook na beëindiging van de Tbs-maatregel volhoudt is nu nog niet in te schatten. Gebleken is dat betrokkene met name het risico van het gebruik van alcohol, waarvan hij niet wil afzien, nog onvoldoende inziet. Met de zorgmachtiging kan aansluitend op de Tbs-maatregel nog enige controle plaatsvinden en kan betrokkene nog worden ondersteund. Daarnaast biedt de zorgmachtiging de instrumenten om direct in te kunnen grijpen als destabilisatie dreigt.
Een vrijwillig kader is daartoe, anders dan de raadsman stelt, op dit moment nog niet toereikend. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank verwerpt het primaire verweer van de raadsman.
4.5.
De volgende vormen van verplichte zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
4.6.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur en zijn voldoende actueel en onderbouwd. Zij zijn evenredig en naar verwachting effectief en voldoen aan de eisen van proportionaliteit. Anders dan de raadsman acht de rechtbank al deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de hiervoor bedoelde doelen van monitoren en als vangnet dienen. Het subsidiaire verweer van de raadsman verwerpt eveneens.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
4.9.
De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes (6) maanden en ingaan op 9 mei 2021, zijnde de datum waarop de maatregel tot terbeschikkingstelling van de betrokkene eindigt. De vormen van verplichte zorg zoals opgenomen onder 4.5 zullen worden toegewezen voor de gevraagde duur.

5..Beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent per 9 mei 2021 een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] , voornoemd;
5.2.
bepaalt dat van die zorgmachtiging deel uitmaken de vormen van verplichte zorg zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.5, overeenkomstig de daarin vermelde duur;
5.3.
bepaalt dat deze machtiging uiterlijk geldt tot en met 9 november 2021.
Deze beslissing is mondeling gegeven op 16 april 2021 door
mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,
mrs. A.M.G. van de Kragt en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.