De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 oktober 2021 een tussenbeslissing in strafzaken tegen vijf IS-verdachten die zich in Syrië bevinden. De verzoeksters hadden op 15 juni 2018 verzoeken ingediend tot beëindiging van de strafzaak op grond van artikel 29f Sv.
De rechtbank besloot het onderzoek in de raadkamer te schorsen: voor één verzoekster voor maximaal drie maanden en voor de overige vier verzoeksters voor maximaal zes maanden. Dit met het oog op de verwachte repatriëring van de verdachten naar Nederland of een concrete toezegging daaromtrent.
De rechtbank overwoog dat dit onderscheid in termijn gerechtvaardigd is op basis van de standpunten van de raadslieden en verwacht dat het kabinet zorg zal dragen voor repatriëring. De officier van justitie is opgedragen verslag te doen over de voortgang. De zaak werd met gesloten deuren behandeld.