In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van onbetaalde facturen ter waarde van €12.996,96 plus wettelijke handelsrente en proceskosten van gedaagde, gebaseerd op een overeenkomst voor administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden. Gedaagde betwist de overeenkomst en de hoogte van de facturen, stelt dat de offerte niet volledig is aanvaard en voert een beroep op verrekening wegens schade door een mislukte btw-aangifte.
De kantonrechter constateert dat eiseres haar stellingen niet voldoende heeft bewezen, mede door het gemotiveerde verweer van gedaagde. Daarom wordt eiseres toegelaten tot het leveren van nader bewijs, waaronder het mogelijk horen van getuigen, om aan te tonen dat de overeenkomst en de tarieven zijn overeengekomen en dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht.
De zaak wordt aangehouden in afwachting van de bewijslevering. Eiseres wordt gewezen op de procedurele vereisten voor het opgeven van getuigen en het tijdig aanzeggen van getuigenverhoren. De zitting en verdere beslissing worden uitgesteld totdat het bewijs is geleverd.