Waterweg Wonen vordert betaling van huurachterstand, schade door mutaties aan de woning en buitengerechtelijke incassokosten van huurders [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. De huurovereenkomst is geëindigd per 31 augustus 2017 voor [gedaagde 1] en per 25 juli 2017 voor [gedaagde 2].
[gedaagde 1] betwist de vordering deels, onder meer omdat hij vanaf mei 2017 gedetineerd zat en de huur via zijn moeder zou zijn opgezegd. Ook stelt hij dat de schade is veroorzaakt door [gedaagde 2], die in de woning is blijven wonen. [gedaagde 2] verschijnt niet in de procedure.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet tijdig is opgezegd en stelt de einddatum vast op 31 augustus 2017 voor [gedaagde 1]. De huurachterstand en schadeposten worden toegewezen en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt deels toegewezen. In de vrijwaringszaak wordt [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling aan [gedaagde 1] voor het deel van de huurachterstand tot 24 juli 2017 en de proceskosten.