De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verkrijgen. De minderjarige verblijft doordeweeks bij de grootouders aan vaderszijde en in het weekend bij de vader. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar kampt met ernstige angsten en emotionele overbelasting, waardoor zij de zorg voor de minderjarige en haar broertje niet langer kan dragen.
Tijdens de zitting is gebleken dat de samenwerking tussen de ouders is verbeterd en dat de grootouders positief staan tegenover het verzoek. De minderjarige ontwikkelt zich goed en haar angsten nemen af. Desondanks is de huidige opvoedsituatie instabiel en zorgelijk, waardoor het noodzakelijk is om de plaatsing bij de vader en grootouders te formaliseren om rust en stabiliteit te waarborgen.
De kinderrechter besluit daarom de machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van drie maanden, ingaande 8 oktober 2021 tot 8 januari 2022. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.